Thema van de Maand Slaapproblemen bij peuters

Slaap kindje, slaap

 

Slaapproblemen bij peuters komen in heel wat gezinnen voor: problemen bij het naar bed brengen, bij het inslapen of juist bij het ’s nachts doorslapen. Soms gaat het vanzelf weer over, in een aantal gevallen duurt het maanden, zelfs jaren voort. De oorzaak ervan kan duidelijk zijn, bijvoorbeeld wanneer een kind   ’s nachts wakker wordt omdat het ziek is of moet plassen, wat wil drinken of eng gedroomd heeft. Als ouder ga je dan naar je kind toe. Hem troosten is dan vaak voldoende voor het kind om weer in slaap te vallen. Maar het kan ook zijn het patroon van wakker worden en aandacht vragen elke nacht ontstaat, of zelfs een paar keer per nacht. Dan kun je spreken van een slaapprobleem. En dat kan voor de ouders behoorlijk frustrerend zijn.

Slaapproblemen hebben vaak invloed op het gehele gezin. Met name de ouders ondervinden er de lasten van: overdag moe en prikkelbaar zijn, zich niet kunnen concentreren op bezigheden, de relatie met het kind kan eronder lijden en zelf die tussen de ouders onderling.

Dat slaapproblemen juist bij peuters de kop opsteken, heeft voor een groot deel te maken met de leeftijd en ontwikkelingsfase van het kind. Een peuter ervaart steeds meer dat hij een eigen persoon is, los van anderen. Hij wordt zich bewust van de eigen wil en gaat die uitproberen: de zogenaamde koppigheidsfase, oftewel "peuterpuberteit". Het niet naar bed willen kan een uiting zijn van deze koppigheid. Maar ook scheidingsangst speelt een rol bij slaapproblemen. Omdat de peuter zichzelf ziet als een zelfstandig persoon, kan hij ook bang worden om gescheiden te worden van zijn ouders. Dat kan een reden zijn om steeds te controleren of zijn ouders er nog zijn. Dit zie je bijvoorbeeld ook na een ziekenhuisopname of als er iets traumatisch is gebeurd voor een kind, zoals het overlijden van een geliefd iemand.

Een peuter kan ook problemen krijgen met slapen als hij overdag veel stoute dingen heeft gedaan. Als moeder of vader veel gemopperd heeft, kan hij   ’s avonds in bed denken dat zijn ouders hem niet meer lief vinden. Door te roepen of te huilen controleert hij of de ouders er nog wel zijn.

Een andere oorzaak van slaapproblemen heeft te maken met het magisch denken van peuters/kleuters. Een peuter begint te fantaseren over van allerlei dingen en het kan gebeuren dat hij het verschil niet ziet tussen wat echt is en wat hij/zelf verzint of droomt. Een peuter denkt dan echt dat er onder zijn bed krokodillen zitten en dat kan hem van streek maken.

Het ontstaan van slaapproblemen heeft dus dikwijls met angst te maken. In het voortduren ervan speelt echter een ander element een rol. Het is voor peuters ook een manier om aandacht te claimen en hun wil te laten gelden. Overdag kunnen deze kinderen al veel aandacht vragen. De kinderen hebben in dit geval de leiding van de ouders min of meer overgenomen. De oplossing is dat ouders deze leiding weer van hun kinderen overnemen. De ouder bepaalt, en niet het kind.

Bij het omgaan met slaapproblemen zijn er verschillende punten waar je als ouder op kunt letten.

 

Enkele tips:

. Houd overdag een vast patroon aan, dit biedt herkenning en veiligheid voor een kind. Denk hierbij aan regelmaat en vaste rustpunten op een dag;

. Stel je grenzen, en wees daarin consequent;

. Leer je kind zichzelf te kunnen vermaken;

. Geef positieve aandacht aan alle dingen die het kind goed doet.

. De slaapkamer van het kind moet een gezellige, vertrouwde plek zijn. Stuur je kind niet voor straf naar bed;

. Laat je kind voor het slapen gaan niet naar enge dingen kijken op tv, of wilde spelletjes spelen. De overgang naar het slapen gaan is dan te groot;

. Vertel het kind 5 minuten van tevoren dat het naar bed moet, zodat het kind kan omschakelen. Ga bijvoorbeeld samen opruimen;

. Vraag je kind niet: "ga je naar bed?". Je geeft je kind dan de ruimte om "Nee" te zeggen. Beter is: "Jij gaat nu naar bed, lekker slapen";

. Volg een vast ritueel bij het naar bed gaan, doe de dingen in een vaststaande volgorde;

. Bij het in bed leggen van je kind kun je afspraken dat je naar beneden gaat, een kopje koffie gaat drinken en over 5 minuten nog even komt kijken. Deze tijd kun je steeds langer maken;

. Bij angst kan een nachtlampje of een eigen knuffel helpen;

. Is je kind bang voor Enge Monsters, dan kun je die het raam uitzetten;

. Blijf boven nog wat rommelen, zodat het kind je hoort;

. Als je kind vroeg wakker wordt, kun je met behulp van een tijdklok een lamp laten aanspringen op een tijd die voor jou acceptabel is. Zodra de lamp aan springt, mag het kind het bed uitkomen.

Liever niet doen:

. Boos worden. Jouw boosheid maakt je kind meer gespannen en boos;

. Haal je kind niet uit bed;

. Ga niet bij het kind liggen. Beter is het kind te leren dat alleen zijn niet eng is.

 

Bij de Opvoedingswinkel kunt u terecht met vragen of voor meer informatie over dit onderwerp.